Veiligheidssituatie in de Two Areas

English

Deze COI Focus beschrijft het conflict in de Two Areas in het zuiden van Soedan en analyseert de veiligheidssituatie in deze deelstaten sinds januari 2019. Dit document is een update van de COI Focus van 22 januari 2019. Het onderzoek werd afgesloten op 18 februari 2020.

De term Two Areas verwijst naar twee zuidelijke deelstaten, Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl, waar de Soedanese regering verwikkeld is in een gewapend conflict met de rebellenbeweging Sudan People’s Liberation Movement – North (SPLM-N) en haar gewapende arm Sudan People’s Liberation Army – North (SPLA-N). Dit document maakt geen onderscheid tussen de politieke en de militaire tak van de groepering en gebruikt doorlopend de afkorting SPLM/A-N.

Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl, herbergen een heterogene bevolking, zowel op etnisch als religieus vlak, met de Nuba in Zuid-Kordofan en de Ingessana in Blauwe Nijl als de voornaamste niet-Arabische inheemse gemeenschappen. Beide gebieden, die reeds jaren op economisch, politiek en identitair vlak worden achtergesteld, vormen sinds 2011 het strijdtoneel van een gewapend conflict tussen enerzijds het Soedanese leger en regeringsgezinde milities en anderzijds de SPLM/A-N. Een aantal bronnen halen aan dat de frontlijnen sinds de aanvang van het conflict in 2011 nauwelijks veranderd zijn. De SPLM/A-N controleert in Zuid-Kordofan een uitgebreid gebied dat onder meer de Nuba Mountains omvat en in Blauwe Nijl een klein territorium in het zuiden. De Soedanese overheid controleert de belangrijkste steden.

Na het regeringsoffensief van 2016 kondigen beide strijdende partijen een staakt-het-vuren af. Ondanks enkele korte confrontaties vinden er geen openlijke vijandigheden meer plaats. Het aantal doden, inclusief burgerdoden, daalt sterk in 2017 en 2018. Een conflict binnen de SPLM/A-N leidt in 2017 en 2018 wel tot dodelijke confrontaties tussen de rivaliserende vleugels van de beweging.

Verschillende bronnen beschuldigen het leger van een uitputtingsoorlog door landbouwgronden te treffen, de voedselvoorziening te ontregelen en burgers zo uit rebellengebied te verdrijven. Regering en rebellen raken het tot midden 2019 niet eens over de levering van humanitaire hulp in rebellengebied.

NHRMO stelt in juni 2019 dat de systematische plundering door leger en gewapende milities van vee en land, waarbij ook burgers gedood worden, de belangrijkste bedreiging vormt voor de burgerbevolking in de Two Areas. Onderzoeker Enrico Ille wijst verder op ontbering, uithongering en het hinderen van humanitaire hulp als oorlogswapens in het conflict.

Op 11 april 2019 wordt voormalige president al-Bashir afgezet en gearresteerd. Er wordt een Transitional Military Council aangesteld. Na moeizame onderhandelingen tekenen de TMC en de Forces for Freedom and Change op 17 augustus 2019 een grondwettelijk akkoord, waarmee het startschot gegeven wordt voor de vorming van een soevereine raad die de rol van staatshoofd vervult en een interim-regering onder eerste minister Abdullah Hamdok. De impact deze politieke ontwikkelingen op de situatie in de Two Areas is nog niet duidelijk. Wel stelt premier Hamdok een vredesakkoord met de rebellengroepen voorop in de eerste zes maanden van zijn ambt. De deadline voor een akkoord wordt in december 2019 twee maanden uitgesteld tot 14 februari 2020. Principeakkoorden tussen de interim-regering en de SPLM/A-N hebben de eerste leveringen van humanitaire hulp in acht jaar tijd aan de regio mogelijk gemaakt.

ERCC stelt in juni 2019 dat er 227.057 hulpbehoevende ontheemden in de Two Areas leven. UNHCR en UNOCHA schatten het aantal IDP’s in Blauwe Nijl op 47.392 en in Zuid-Kordofan op 168.084 personen. Het ERCC schat het aantal Soedanese vluchtelingen in juni 2019 in Ethiopië op 44.997 en in Zuid-Soedan op 336.625.

Voedselschaarste is een weerkerend fenomeen in de Two Areas, in het bijzonder in rebellengebied. Gezondheidszorg en onderwijs hebben er ernstig te lijden gehad onder het conflict en zijn voor velen ontoegankelijk. De rebellengebieden in de Two Areas zijn sinds de aanvang van het conflict in 2011 grotendeels verstoken van humanitaire hulp. Onderhandelingen met de interim-regering brengen daar mogelijks verandering in. Op 23 oktober 2019 bezoekt het World Food Program (WFP) als eerste missie van de VN in acht jaar tijd Kauda in het door de SPLM/A-N gecontroleerd gebied in Zuid-Kordofan. In december 2019 is de eerste voedseldistributie in acht jaar tijd in Yabus in Blauwe Nijl een feit.

Policy

The policy implemented by the Commissioner General is based on a thorough analysis of accurate and up-to-date information on the general situation in the country of origin. This information is collated in a professional manner from various, objective sources, including the EASO, the UNHCR, relevant international human rights organisations, non-governmental organisations, professional literature and coverage in the media. When determining policy, the Commissioner General does not only examine the COI Focuses written by Cedoca and published on this website, as these deal with just one aspect of the general situation in the country of origin. The fact that a COI Focus could be out-of-date does not mean that the policy that is being implemented by the Commissioner General is no longer up-to-date.

When assessing an application for asylum, the Commissioner General not only considers the actual situation in the country of origin at the moment of decision-making, he also takes into account the individual situation and personal circumstances of the applicant for international protection. Every asylum application is examined individually. An applicant must comprehensively demonstrate that he has a well-founded fear of persecution or that there is a clear personal risk of serious harm. He cannot, therefore, simply refer back to the general conditions in his country, but must also present concrete, credible and personal facts.

There is no policy paper for this country available on the website.

Land: 
Sudan

New address CGRS